Witte Porsche 911 GT3 en zwarte Maserati naast elkaar bij Automotive Tax — youngtimerregeling 2027
    Terug naar nieuws
    6 min leestijd

    Youngtimerregeling 2027: wat er echt op tafel ligt

    Door Yannick Huisman

    De youngtimerregeling ligt open

    De youngtimerregeling ligt sinds eind 2025 open. Het kabinet heeft in juni 2026 een aantal mogelijke afbouwpaden geschetst en er een prijskaartje aan gehangen. Een keuze is er op het moment van schrijven niet.

    Veel berichtgeving hierover is gebaseerd op samenvattingen van samenvattingen. Daarin zijn fouten geslopen. Dit artikel volgt de Kamerbrief zelf.

    Waar de regeling om draait

    Bij een auto van de zaak wordt het privévoordeel forfaitair belast. Voor een gewone auto gebeurt dat over de oorspronkelijke catalogusprijs. Voor een oudere auto gebeurt dat over de actuele waarde tegen een hoger percentage.

    De brief formuleert het zo. Voor auto's die meer dan zestien jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen wordt het privévoordeel forfaitair gewaardeerd op 35 procent van de waarde in het economische verkeer. Voor auto's die die grens nog niet hebben bereikt geldt 22 procent van de catalogusprijs. Voor auto's onder het overgangsrecht uit 2017 is dat 25 procent.

    Die waarde in het economisch verkeer is een fiscaal waardebegrip. Wie de regeling toepast moet die waarde kunnen onderbouwen. Daarvoor is een WEV taxatie het aangewezen instrument.

    Wat er per 1 januari 2026 is veranderd

    Bij de behandeling van het Belastingplan 2026 is een amendement van de leden Grinwis en Oosterhuis aangenomen. Dat verhoogde de leeftijdsgrens van vijftien naar zestien jaar per 2026. Per 2027 zou die grens doorschieten naar vijfentwintig jaar. Tekst en toelichting staan in Kamerstuk 36812, nr. 102.

    De dekking voor een lagere bijtelling op elektrische auto's werd daarmee gevonden in de youngtimerregeling. Het amendement werd op 27 november 2025 aangenomen. De Eerste Kamer stemde op 16 december 2025 in met het Belastingplan. Wie op dat moment in een youngtimer reed had dus twee weken om te reageren.

    Het overgangsrecht voor 2026

    De Eerste Kamer drong aan op een overgangsregeling. Die toezegging is vastgelegd en uitgewerkt in een beleidsbesluit van 12 februari 2026. Dat besluit is gepubliceerd in de Staatscourant en werkt terug tot en met 1 januari 2026.

    Het besluit stelt twee voorwaarden. De auto moet in de loop van 2025 meer dan vijftien jaar maar minder dan zestien jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen. En de auto moet uiterlijk op 31 december 2025 ter beschikking zijn gesteld aan de betreffende werknemer, dan wel ter beschikking hebben gestaan aan de betreffende belastingplichtige.

    Is aan beide voorwaarden voldaan, dan mag de youngtimerregeling in heel 2026 worden toegepast.

    Het besluit is uitdrukkelijk vormgegeven als keuzeregeling. In een beperkt aantal gevallen valt bijtelling over de catalogusprijs met het lagere percentage gunstiger uit. Dan mag daarvoor worden gekozen. Dat vraagt om een doorrekening per auto.

    Belangrijk: twee groepen vallen hierbuiten. Auto's die in 2025 al zestien jaar of ouder waren vallen gewoon op grond van de wet onder de regeling en hebben het besluit niet nodig. Auto's die pas in 2026 vijftien jaar worden hebben nooit onder de regeling gevallen en voor hen verandert er niets.

    Het besluit vervalt per 1 januari 2027, of eerder als de goedkeuring in de wet is opgenomen.

    De herstelmotie van maart 2026

    Grinwis (ChristenUnie) en Oosterhuis (D66) zijn de indieners van het amendement. Zij kwamen terug op hun stappen. In maart 2026 vroegen zij het kabinet met opties te komen voor een geleidelijker transitiepad en dit vervolgens in wetgeving te verwerken. Die motie is aangenomen. In dezelfde motie werd gevraagd een greentimerregeling uit te werken.

    Een aangenomen motie is geen wet. Het is een opdracht aan het kabinet.

    De vier afbouwpaden en wat ze kosten

    Op 22 juni 2026 stuurde staatssecretaris Eerenberg een brief over de stand van zaken van de autobelastingen. Daarin staat een tabel met vier alternatieven. De brief noemt die tabel uitdrukkelijk ter illustratie en merkt op dat ook andere paden mogelijk zijn. Het is dus geen gesloten keuzemenu.

    Optie Inhoud 2027 Structureel
    1 Auto's die uiterlijk op 31 december 2010 voor het eerst in gebruik zijn genomen blijven voor altijd in de regeling. Voor jongere auto's geldt de grens van 25 jaar. −59 mln −4 mln vanaf 2036
    2 Dezelfde groep mag tot 31 december 2031 in de regeling blijven. Daarna geldt ook voor hen de grens van 25 jaar. −59 mln −4 mln vanaf 2033
    3 De leeftijdsgrens blijft op 16 jaar. −72 mln −36 mln vanaf 2028
    4 De grens gaat per 2027 naar 17 jaar, per 2028 naar 20 jaar en per 2032 naar 25 jaar. −59 mln −4 mln vanaf 2033

    Let op het criterium. De brief spreekt van auto's die uiterlijk op 31 december 2010 voor het eerst in gebruik zijn genomen. Dat is de datum eerste ingebruikname en niet de datum van tenaamstelling. Op 1 januari 2027 zijn die auto's ten minste zestien jaar.

    De cijfers laten zien waar de discussie op vastloopt. Optie 3 is wat de branche wil en is verreweg de duurste. Die kost structureel 36 miljoen per jaar. De andere drie lopen af naar vier miljoen. Alle opties vragen om dekking en die is er nog niet.

    Waarom de voorgestelde dekking is afgewezen

    De indieners van de motie suggereerden de dekking te zoeken in een hoger bijtellingspercentage over de economische waarde. Het kabinet wijst dat af. Het percentage heeft als doel het genoten privévoordeel bij benadering forfaitair vast te stellen. Een verhoging zou dus onderbouwd moeten kunnen worden vanuit dat doel.

    Daar staat een toezegging tegenover die verder reikt dan dit dossier. De staatssecretaris is bereid te onderzoeken of de huidige forfaits in de bijtelling het genoten privévoordeel voldoende weerspiegelen. De resultaten worden in het voorjaar van 2027 met de Kamer gedeeld.

    Dat onderzoek raakt de 35 procent zelf. Het is de moeite waard om in de gaten te houden.

    De greentimerregeling

    Naast de youngtimerregeling onderzoekt het kabinet een bijtellingskorting voor oudere elektrische auto's. Aanleiding is dat een relatief groot deel van de elektrische auto's die uit de lease komt wordt geëxporteerd in plaats van door te stromen naar de tweedehandsmarkt.

    Onderzoeksbureau Revnext deed hier in opdracht van het kabinet onderzoek naar. Daarbij is uitgegaan van een verlaagd bijtellingspercentage van 14 tot 15 procent over de oorspronkelijke cataloguswaarde, voor elektrische auto's tussen vijf en acht jaar oud.

    De grondslag is hier dus de catalogusprijs en niet de waarde in het economisch verkeer. Dat is een wezenlijk verschil met de youngtimerregeling.

    Beide dossiers zijn aan elkaar gekoppeld. Hoe ruimer het afbouwpad voor de youngtimerregeling wordt, hoe minder budget er overblijft voor de greentimerregeling.

    Wat dit betekent voor de waardebepaling

    Zolang de regeling bestaat blijft de waarde in het economisch verkeer de grondslag. Dat geldt in 2026 en in elk van de geschetste paden voor de auto's die erbinnen vallen.

    Er zit hier een tijdsaspect aan dat vaak wordt onderschat. De waarde hoort te worden bepaald op het moment dat de auto ter beschikking wordt gesteld. Wie dat pas achteraf probeert vast te leggen mist het feitenmateriaal van dat moment. De kilometerstand is dan niet meer te reconstrueren. De staat van de auto en het beeldmateriaal evenmin.

    Voor wie de auto onder de regeling houdt is een youngtimer taxatie op het juiste peilmoment dus geen formaliteit maar de onderbouwing zelf.

    Speelt daarnaast de vraag of de auto naar privé moet, dan is dat een aparte berekening. Die staat in ons artikel over auto van de zaak naar privé.

    Wat je nu kunt doen

    Er is nog geen basis voor een definitieve beslissing over 2027. Wat wel kan.

    Controleer eerst of je auto onder het overgangsrecht van 2026 valt en reken beide varianten door. De goedkeuring is een keuze en niet altijd de gunstigste.

    Kijk daarna naar de datum eerste ingebruikname. Ligt die op of vóór 31 december 2010, dan valt je auto in drie van de vier geschetste paden binnen de regeling. Ligt die erna, dan valt hij in drie van de vier paden erbuiten.

    Leg de huidige waarde vast met een onderbouwd rapport. Die onderbouwing heb je nodig zolang de regeling van toepassing is. Valt de regeling weg, dan heb je alsnog een actuele waardebepaling voor de vraag of de auto naar privé moet.

    Houd er daarnaast rekening mee dat werkgevers per 2027 te maken krijgen met de pseudo-eindheffing op fossiele auto's van de zaak, die bovenop de bijtelling komt.

    Wanneer er duidelijkheid komt

    Het kabinet gaf aan in augustus 2026 een besluit te nemen. De commissie Financiën van de Eerste Kamer vroeg op 30 juni en opnieuw op 14 juli 2026 naar de voortgang. Op het moment van publiceren is er geen keuze bekend.

    De uitwerking loopt vermoedelijk mee in het Belastingplan 2027. Dit artikel wordt bijgewerkt zodra er een besluit ligt.

    Veelgestelde vragen

    Blijft de youngtimerregeling in 2026 bestaan? Ja. De leeftijdsgrens is dit jaar zestien jaar. Voor een specifieke groep auto's geldt daarnaast een overgangsregeling met keuzemogelijkheid.

    Geldt de regeling in 2027 nog? Dat is nog niet besloten. Volgens de wet zoals die er nu staat gaat de grens per 2027 naar vijfentwintig jaar. Het kabinet heeft alternatieven geschetst maar nog geen keuze gemaakt.

    Waarover wordt de bijtelling berekend? Over de waarde in het economisch verkeer van de auto. Dat is de actuele waarde en niet de oorspronkelijke catalogusprijs.

    Welke datum is bepalend? De datum waarop de auto voor het eerst in gebruik is genomen.

    Direct aan de slag

    Vragen over
    uw taxatie?

    Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek. Wij beantwoorden uw aanvraag binnen één werkdag.