Zwarte BMW X5 aan de laadkabel op een parkeerdek — auto van de zaak naar privé
    Terug naar nieuws

    Auto van de zaak naar privé: wat een waarde zonder onderbouwing u kan kosten [2026]

    Door mr. Paul Coenen

    Neemt u als directeur-grootaandeelhouder een auto over van uw BV, dan lijkt dat een administratieve handeling: waarde bepalen, overboeken, klaar. Maar de waarde die u daarbij hanteert, kan de Belastingdienst tot vijf jaar later ter discussie stellen. Het gaat om de waarde in het economisch verkeer: de prijs die uw voertuig op dat moment op de vrije markt zou opbrengen bij verkoop aan de meest biedende partij. Hoe zo'n taxatie in zijn werk gaat, leest u op onze pagina over de WEV-taxatie; in dit artikel rekenen we voor wat het kan kosten als die onderbouwing er níét is.

    Sinds 2018 stelt Automotive Tax WEV-rapporten op, met name in opdracht van accountants-, fiscalisten- en advocatenkantoren. Ons kantoor combineert een fiscaal-juridische achtergrond (mr. P.P.D. Coenen, fiscaal jurist) met een bedrijfseconomische. Wij begrijpen daardoor goed dat men juist in de accountancy- en adviespraktijk geen onnodig risico wil lopen op een discussie achteraf.

    De auto behoort in Nederland tot de zwaarst belaste bezittingen — bpm, bijtelling, motorrijtuigenbelasting, btw en accijnzen stapelen zich op — en staat bij controles bovengemiddeld in de belangstelling. Juist bij de overgang van de BV naar privé komt dat samen in één getal: de overnamewaarde.

    Hoe sterk staat u als de inspecteur de waarde betwist?

    Eerst de hoofdregel, want die wordt vaak verkeerd weergegeven: wil de inspecteur corrigeren, dan moet hij aannemelijk maken dat de gehanteerde waarde te laag was. De bewijslast ligt dus niet automatisch bij u. Maar wie daaruit concludeert dat een onderbouwing overbodig is, maakt drie denkfouten.

    1. De inspecteur onderbouwt eenvoudig — u moet iets terug kunnen leggen. Een koerslijstwaarde is voor de inspecteur in enkele minuten opgevraagd. Zodra hij daarmee aannemelijk maakt dat de waarde hoger lag, is het aan u om tegenbewijs te leveren. En dát bewijs is achteraf niet meer te maken: de advertenties van vergelijkbare auto's zijn verdwenen en koerslijsten zijn niet meer voor een datum in het verleden op te vragen. Een inruilbod of losse inschatting van destijds staat dan tegenover een gedocumenteerde koerslijst — een ongelijke strijd.

    2. Bij een fors te lage waarde kan de bewijslast wél omkeren. Een te lage overnamewaarde werkt bij een BV dubbel door: in de aangifte vennootschapsbelasting van de vennootschap én in uw eigen aangifte inkomstenbelasting. Leidt dat ertoe dat in een van beide aangiften zowel relatief als absoluut aanzienlijk te weinig belasting is aangegeven, dan kan het standpunt worden ingenomen dat de vereiste aangifte niet is gedaan. In dat geval geldt omkering en verzwaring van de bewijslast (art. 25 en 27e AWR): u moet dan niet aannemelijk maken, maar doen blijken dat de aanslag te hoog is. Dat is in de praktijk een vrijwel onneembare horde — precies de situatie die u wilt voorkomen.

    3. Op het ontbreken van een "nieuw feit" moet u niet rekenen. Navordering vereist in beginsel een nieuw feit (art. 16 AWR). Maar de overnamewaarde van een auto staat vrijwel nooit kenbaar in de aangifte zelf; de inspecteur hoeft de aangifte bovendien niet op alle onderdelen te onderzoeken. In de meeste gevallen zal een bij controle geconstateerd waardeverschil dus gewoon als nieuw feit kwalificeren.

    Kortom: de juridische hoofdregel beschermt u op papier, maar uw feitelijke bewijspositie bepaalt de uitkomst. En die positie is na de overname niet meer te repareren.

    Rekenvoorbeeld: wat een correctie kost (DGA met een BV)

    Stel: een directeur-grootaandeelhouder neemt in 2026 de auto over van zijn BV voor € 44.000, gebaseerd op een inruilindicatie. Bij een controle stelt de inspecteur de waarde in het economisch verkeer op € 60.000.

    Het verschil van € 16.000 is een bevoordeling van de aandeelhouder en wordt aangemerkt als een verkapte winstuitdeling. Dat werkt aan twee kanten door:

    • Bij de BV: de winst wordt met € 16.000 gecorrigeerd. Tegen het vpb-tarief van 19% (eerste schijf, tot € 200.000 winst; daarboven 25,8%) betekent dat circa € 3.040 extra vennootschapsbelasting
    • Bij de DGA: € 16.000 wordt belast in box 2 als inkomen uit aanmerkelijk belang. Tegen 24,5% (eerste schijf, tot € 68.843; daarboven 31%) is dat circa € 3.920
    • Belastingrente: 5% per jaar over de verstreken periode. Na het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2026 geldt dit tarief ook voor de vennootschapsbelasting. Bij een correctie na drie jaar loopt de rente op tot honderden euro's extra
    • Eventueel een vergrijpboete. Die is géén automatisme: de inspecteur moet opzet of grove schuld overtuigend aantonen ("doen blijken"). Maar bij een waarde die ver onder de markt ligt zonder enige vastgelegde onderbouwing, is dat risico reëel

    Daarnaast had de BV over de uitdeling dividendbelasting moeten inhouden; ook op dat punt kan een naheffing volgen, al is die voorheffing verrekenbaar in box 2.

    Voor de volledigheid: bij een IB-ondernemer (eenmanszaak, vof) loopt hetzelfde waardeverschil via de winst uit onderneming — belast in box 1 na toepassing van de MKB-winstvrijstelling. Ander regime, zelfde kern: het verschil wordt belast.

    Een discussie over € 16.000 waardeverschil kost zo al snel € 7.500 of meer — nog los van de tijd en de adviseurskosten die een bezwaarprocedure vraagt. Ter vergelijking: een WEV-taxatierapport kost € 250 inclusief BTW. Wilt u vooraf weten waar u aan toe bent? Gebruik onze zakelijk naar privé calculator.

    Wat maakt een taxatierapport wél houdbaar?

    Een rapport dat een discussie met de Belastingdienst moet kunnen dragen, bevat in elk geval:

    • Vergelijkingsauto's — vastgelegd op het moment van taxatie, zodat de marktsituatie van dat moment gedocumenteerd is
    • Een professionele schadecalculatie — gebreken en gebruikssporen onderbouwd in plaats van geschat
    • Actuele koerslijstgegevens — vastgelegd op de peildatum, niet achteraf gereconstrueerd
    • Een onafhankelijke, deskundige taxateur — een waardebepaling door een partij met een eigen belang bij de transactie weegt in een discussie aantoonbaar minder zwaar

    Zo'n rapport maakt een discussie niet onmogelijk — geen enkel document kan dat garanderen — maar het verplaatst uw positie van "stellen zonder bewijs" naar "onderbouwd met vastgelegde marktgegevens van de peildatum". Dat is in de praktijk het verschil tussen een kansloze en een sterke uitgangspositie. Bovendien: verkoopt de BV tegen een taxatiewaarde die op de peildatum professioneel is vastgelegd, dan is er geen bevoordeling — en dus geen uitdeling om over te discussiëren.

    Waar ditzelfde risico nog meer speelt

    Het naheffingsrisico bij een ongefundeerde waarde is niet beperkt tot de overname van een auto van de zaak — zie daarvoor onze pagina auto van de zaak naar privé. Dezelfde bewijsproblematiek duikt op in drie andere situaties:

    • Youngtimer-bijtelling — bij auto's ouder dan 15 jaar wordt de bijtelling berekend over de waarde in het economisch verkeer. Een te lage waarde werkt dus niet één keer door, maar élk jaar opnieuw — en wordt bij een controle over al die jaren tegelijk gecorrigeerd
    • Boedelverdeling bij een scheiding — een waarde zonder onderbouwing wordt in de verdeling zelf een twistpunt, en kan jaren later opnieuw ter discussie komen
    • Erfenis en erfbelasting — een te lage waardering van voertuigen in de nalatenschap leidt tot navordering van erfbelasting bij de erfgenamen

    Veelgestelde vragen

    Hoe lang kan de Belastingdienst terugkomen op de waarde van mijn auto? De navorderingstermijn bedraagt in de regel vijf jaar na afloop van het belastingjaar. Navordering vereist daarbij in beginsel een nieuw feit, maar omdat de overnamewaarde zelden kenbaar in de aangifte staat, biedt die eis in de praktijk weinig bescherming.

    Ligt de bewijslast bij mij? De hoofdregel is dat de inspecteur een correctie moet onderbouwen. Maar zodra hij dat doet — bijvoorbeeld met een koerslijst — moet u tegenbewijs kunnen leveren, en dat is achteraf niet meer samen te stellen. Bij een aanzienlijk te lage waarde kan de bewijslast bovendien omkeren en verzwaren. Uw feitelijke positie is dus zwak zonder vastgelegde onderbouwing, ook al ligt de formele bewijslast niet bij u.

    Is een koerslijstwaarde niet voldoende? De koerslijstwaarde is een gemiddelde en ligt daardoor veelal hoger; bovendien houdt hij geen rekening met de staat, uitvoering en gebruikssporen van uw specifieke auto. Bij een afwijkende staat — schade, hoge kilometrage, bijzondere uitvoering — is een koerslijst alleen onvoldoende onderbouwing om tot een lagere WEV-waarde te komen.

    Kan ik achteraf nog een WEV-rapport laten opstellen? Praktisch gezien niet. Een houdbaar rapport steunt op koerslijsten en/of vergelijkingsauto's van de peildatum, en die marktgegevens zijn maanden of jaren later niet meer op te vragen. Dit is precies waarom het rapport vóór de overname moet worden opgemaakt, niet erna.

    Ik heb de auto tegen boekwaarde overgenomen van mijn BV — is dat een probleem? De Belastingdienst gaat uit van de waarde in het economisch verkeer, niet van de boekwaarde. Ligt de werkelijke marktwaarde hoger dan de boekwaarde, dan is het verschil een bevoordeling van u als aandeelhouder — met de dubbele correctie (vpb én box 2) uit het rekenvoorbeeld hierboven.

    Voorkom de discussie vóór hij begint

    Een WEV-taxatierapport wordt opgemaakt op het moment van overname — daarna zijn de marktgegevens niet meer vast te leggen. Wilt u een auto overnemen van uw BV, of begeleidt u als adviseur een cliënt in deze situatie? Neem contact met ons op voor een taxatie op locatie in de regio Amsterdam, Bloemendaal en 't Gooi.


    Dit artikel is geschreven op basis van de regelgeving en tarieven voor belastingjaar 2026 en wordt jaarlijks gecontroleerd op actualiteit. Aan dit artikel kunnen geen rechten worden ontleend; voor advies over uw specifieke situatie kunt u contact met ons opnemen.

    Direct aan de slag

    Vragen over
    uw taxatie?

    Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek. Wij beantwoorden uw aanvraag binnen één werkdag.